33782944_L

Peil.Bewegingsonderwijs

Wat is Peil.Bewegingsonderwijs?

Hoe staat het er voor met het bewegingsonderwijs aan het einde van het (speciaal) basisonderwijs in Nederland? Dat is de vraag waarop een antwoord wordt gezocht in Peil.Bewegingsonderwijs. In het najaar van 2016 zal Peil.Bewegingsonderwijs worden uitgevoerd op 75 basisscholen en 25 scholen voor speciaal basisonderwijs.

Bewegen is niet alleen bevorderlijk voor het fysieke welzijn, het draagt ook bij aan het cognitief functioneren en aan het welbevinden van kinderen in het algemeen. Bewegen gaat vanzelf, maar bij het aanleren van specifieke motorische vaardigheden of het motiveren van kinderen tot bepaalde bewegingsactiviteiten kan de basisschool een belangrijke rol spelen, en dan natuurlijk met name via het bewegingsonderwijs. Daarom is het van belang om periodiek te peilen hoe het er met het bewegingsonderwijs voor staat. Peil.Bewegingsonderwijs is de periodieke peiling van het bewegingsonderwijs in Nederland en wordt uitgevoerd in het najaar van 2016.

Doelgroep

Peil.Bewegingsonderwijs richt zich op het einde van het basisonderwijs (groep 8) en het speciaal basisonderwijs (schoolverlaters). Om zicht te krijgen op de bewegingsvaardigheden van deze kinderen in Nederland zal een peiling worden uitgevoerd op 100 scholen, waarvan 75 reguliere basisscholen en 25 scholen voor speciaal basisonderwijs. Een aselecte steekproef van scholen is getrokken om ervoor te zorgen dat de steekproef een goede weerspiegeling is van de Nederlandse populatie.

Kerndoelen bewegingsonderwijs

In Peil.Bewegingsonderwijs staan de kerndoelen van het bewegingsonderwijs centraal.  Met verschillende opdrachten en een korte vragenlijst proberen we zicht te krijgen op de bovenstaande kerndoelen. Voor een deel zijn dit kleine opdrachten die uit bestaande instrumenten afkomstig zijn. Met deze testen wordt een beeld verkregen van de grove motoriek van de leerlingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om balans, coördinatie, snelheid en behendigheid. Grove motoriek is essentieel om succes te beleven in het bewegingsonderwijs. Daarnaast worden een aantal opdrachten afgenomen waarin de vaardigheid van de leerlingen wordt getoetst in activiteiten die direct aan het bewegingsonderwijs zijn gerelateerd. Voorbeelden hiervan zijn kaatsenballen, touwzwaaien, een doelspel en de wendsprong over de kast. Tot slot wordt de fitheid en de (intrinsieke en extrinsieke) motivatie van kinderen in kaart gebracht.