43055768_L

Aanvullend wetenschappelijk onderzoek

In verband met wetenschappelijk onderzoek naar bewegen zouden we het op prijs stellen als we een export mogen maken van de toetsscores van de groep 8 leerlingen uit het leerlingvolgsysteem. Daarmee kunnen we de relatie tussen bewegen, fitheid en leerprestaties onderzoeken. Ook als u deze scores niet wil overleggen kunt u meedoen aan Peil.Bewegingsonderwijs.

Thema 1:

In het bewegingsonderwijs hangen de psychologische behoeften van leerlingen (competentie, autonomie en verbondenheid) matig tot sterk samen met hun intrinsieke motivatie (Van Aart et al., in press). Dat blijkt uit onderzoek uitgevoerd op vier Nederlandse basisscholen. Een opvallend resultaat was dat de door de leerlingen ervaren verbondenheid met de leerkracht de krachtigste voorspeller van hun intrinsieke motivatie was. Dit betekent dat de leerkracht een cruciale rol speelt in het motiveren van leerlingen tijdens het bewegingsonderwijs.

In het huidige onderzoek wordt ten eerste onderzocht in hoeverre de didactische, pedagogische en interpersoonlijke competenties van de leerkracht samenhangen met de psychologische behoeften van de leerlingen. Er wordt verwacht dat leerlingen van leerkrachten die meer differentiëren (didactisch competenter zijn) en meer ruimte bieden voor psychologische behoeften van de leerlingen (pedagogisch en interpersoonlijk competenter zijn) hoger scoren op psychologische basisbehoeften, meer intrinsiek gemotiveerd zijn en beter presteren op motorische vaardigheden.

Thema 2:

Uit enkele internationale studies is gebleken dat fittere kinderen beter presteren op cognitieve taken die belangrijk zijn voor het uitvoeren van schoolvaardigheden (zie bijv. Hillman et al., 2009; Chaddock et al., 2012). Deze samenhang wordt gerelateerd aan verbeterde hersenfuncties en een aangepaste hersenstructuur. Daarnaast is er bewijs dat ook motorische vaardigheden van kinderen samenhangen met cognitieve prestaties. Als verklaring hiervoor wordt gegeven dat hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor houdingscontrole en motoriek en de hersengebieden die cognitieve functies reguleren samenwerken als taken complex of nieuw zijn (Diamond, 2000; Koziol & Lutz, 2013).

In Nederland is tot op heden geen grote studie uitgevoerd naar de relatie tussen fitheid, motoriek en schoolprestaties van kinderen in het basisonderwijs en het speciaal basisonderwijs. Wel is bekend dat bij kinderen in het SBO met een cognitieve beperking er een positief verband bestaat tussen hun grove motorische vaardigheden en hun cognitieve functies: hoe beter de prestaties op balvaardigheden en verplaatsvaardigheden, hoe beter de cognitieve functies (Hartman et al., 2010).